Señorita Jorinde en haar droomreis

Mijn eigen vreemde volk

Met de beide benen op de grond en de geest nog half op weg. Ik ben geland op Nederlandse bodem; 25 februari, 23 uur. Nu 6 weken geleden.

Geschokt was ik bij mijn eerste aanblik van het Nederlandse volk. In grote getallen stonden deze lange mensen in zwart, wit en blauwe kleding te wachten op hun vlucht van Madrid naar Amsterdam. Iedereen kwebbelde luidruchtig, achter mij jengelde kinderen. Hun moeder kwam aangelopen. Afwezig nam zij een van de kinderen mee naar de wc.  Even later was zij terug, toen nog geïrriteerder.  Verontwaardigd zei zij: ‘Ik krijg geen water uit die drankautomaten!'

Een van de kinderen, een dochter, trekt aan haar arm. Zij schud het kind van zich af.

"Mam moet NU echt drinken!" "Ga jij even", zegt zij tegen haar man.

Hij stond op, dochter lief liep met hem mee. Niet veel later kwam dochterlief aangehuppeld.

"Het is papa gelukt hoor!"

Papa overhandigde aan mama een flesje water. Zuchtend gaat zij zitten en zegt:

‘Dit doe ik dus nooit meer, allemachtig."

Terwijl dit schouwspel zich achter mijn rug afspeelde werd ik beroofd van mijn adem. Een vrouw die naast mij zat kreeg geur van mijn ondernomen reis. In zo´n zestig seconden vuurde zij een tal van vragen op mij af, waarna zij feilloos aansloot met een relaas over de stakende Franse luchtverkeersleiding waardoor al haar afspraken, in Parijs, Madrid en Amsterdam, volledig in de soep liepen. 

`Grote god`, dacht ik bij mijzelf. ´Hier hoor ik bij, dit volk.´ Ik was perplex.

Toen vervolgens niet duidelijk was of de gate ooit openging (in ieder geval waren zij  te laat) en iedereen onrustig op en neer ging lopen, bellend naar huis, werd het mij te gortig.

Verscholen in mijn Spaanstalig leesboek, sloot ik mij nog even af.

Zo  ook de eerste tijd, weer terug in Nederland. Druppelsgewijs begon de maatschappij weer tot mij door te dringen en hervond ik mijn weg naar buiten.

Nu open ik langzaam mijn armen en sluit het Nederlandse volk weer in mijn hart.  Ik ben geland.

Aan alle lezers van mijn verhalen,

Jullie wil ik heel hartelijk bedanken voor jullie aandacht en reacties. Daar aan de andere kant van de oceaan was jullie meeleven, in woord of gedachte, een grote steun.  En daarom zeg ik vol overtuiging: "Gracias a ustedes." "Met dank aan jullie."

4 reacties | Reageer

Onvoorspelbare wegen

Een krappe zes maanden geleden op de wc in het busstation van Cruz del Sur in Lima las ik een flyer. Daar stond op geschreven; ' ¡Nieuw! Wij gaan nu ook naar Buenos Aires'

'Dat is ver!,' riep ik uit. 'Dat doe toch niemand.'

Nu zes maanden later zit ik in die desbetreffende bus. Samen met Malou, opweg van Buenos Aires naar Lima. Om vandaar weer terug te vliegen naar Nederland. De 65-uurige busreis is een fanastisch afsluiting van onze reis, want  alles komt nog eenmaal voorbij.

De landschappen die wij bezocht hebben; bergen, woestijn, tropische natuur en zelfs een klein stukje zoutvlaktes.

Het vele wachten, de rijen en de bureaucratiesche handelingen die wij bij de 4 grenskantoren moeten uitvoeren.

De manier van reizen. Het zitten en staren naar buiten, het slapen in een zittende positie, het wassen en plassen in afgelegen wegrestauraties, de conversaties met medepassagiers en chauffeurs. De chauffers op deze rit zijn aardig en begaan met het welzijn van hun passagiers. Regelmatig wordt er gepolst of alles naar wens verloopt. Voordat wij de hoge Andespas van 5000m gaan oversteken delen zij kotszakken en pillen uit tegen hoogteziekte. De medepassagiers bestaan voornamelijk uit Peruaanen die in Buenos Aires wonen. Na jaren sparen gaan zij hun familie bezoeken in Peru. Een vader die ik spreek, Juan, werkt en woont al twaalf jaar met zijn vrouw in Buenos Aires. Op die manier kan hij de studies van zijn zonen betalen. Hij acht het zeer belangrijk dat al zijn zonen profesioneel geschoold worden. 'Op die manier kan de maatschappij van Peru een stukje vooruit geholpen worden', zegt hij. In die twaalf jaar heeft hij zijn zonen 3 keer kunnen bezoeken.

Na 65 uur bussen, komen wij aan op de zelfde plek die wij 6 maanden geleden verlieten.  Ik voel hoe anders ik nu in mijn schoenen sta. Een half jaar geleden was alles nieuw, voelde ik mij als een kind, verwonderend en naief. Nu voel ik mij volwassen, stevig en vol zelfvertrouwen. Hoe onvoorspelbaar anders is deze reis verlopen. Niet veel van wat ik zes maanden gelden voor mij zag is uitgevoerd.  Verrassend en oh zo mooi is deze reis verlopen. Ik ben intens gelukkig en enorm dankbaar. Mijn droomreis is werkelijkheid geworden.

11 reacties | Reageer

De zelfredzame Boliviaan

De afgelopen twee weken begaven wij ons in het ruwere zuiden van Bolivia. Onze wegen leide over zandwegen, off-track en een spoorlijn. Wisselend legde wij de route af per jeep, touringcar of treinbus. Hierbij de volgende dingen meemakend.

Een ontsporing - Een aanrijding - Een natte motor - Een lekke band - Vastslippen in de modder

Bij al deze pieriekelen viel mij op hoe zelfredzaam de bolivianen handelden. Geen enkele keer kwam er een hulpdienst of politie aan te pas. Slechts met hulp van elkander, medechauffeurs en passagiers,  werden de problemen opgelost.

De ontsporing vondt plaats opweg van Sucre naar Potosi. Wij zaten in een bustrein, een grote mercedes touringcar die op een treinonderstel is gebouwd. Deze trein voerde ons door het boliviaanse platteland. Hoofdzakelijk maakten de boeren uit deze omgeving gebruik van dit vervoersmiddel. Om de haverklap riep er iemand: `Uitstappen!´ Waarop de trein tot stilstand kwam en de desbetreffende persoon uitstapte in niemandsland. Slechts een enkele keer waren er huisjes zichtbaar.

Op het spoor lagen stenen, takken, en ander soort gelijke zaken. De ijzere wielen van de trein veegde deze moeiteloos van de rails, tot op ongeveer 40 minuten afstand van Potosi. Met een zacht zoevend geluid, glippen de wielen van het spoor en glijd het toestel de modder in. Machinist en conducteur kruipen onder het treinstel. Na twee uur krikken en sleutelen staat de trein weer op de rails. Onverstoord vervolgen wij onze weg.

De natte motor lopen wij op tijdens de terugrit van de adembenemende zoutvlaktes. Door de regentijd stond een groot deel onder water. Dit zorgde voor enorme luchtspiegelingen waarbij wij ons vaak afvroegen; ´Bevindt ik mij nou in de hemel of op aarde?´ Die avond begon het water te rimpelen door de aantrekkende wind, hierdoor leek het of de jeep midden door de oceaan reed. Er was niets anders te zien dan rimpelend water.

Overigens liepen wij hier niet de waterschade op. Dat gebuerde toen wij de zoutvlaktes al hadden verlaten en de chauffeur zijn jeep op natuurlijke wijze ontdeed van al het zout. Hij had de weg verlaten en reed met regelmaat door grote modderige regenplassen. Hij genoot van het spel; spattend modder water en lachende toeristen. Tot bij een plas zijn jeep nog slechts pruttelend te voorschijn kwam. Schuchter glimlachend zegt hij; `Oh, oh.´ Stapt uit en tilt de motorkap op. Na slechts 2 minuten zit hij alweer achter het stuur, probleem verholpen.

Die dag wordt afgesloten met nog een wonderschone luchtspiegeling. Dit keer in de vorm van een drievoudige regenboog, waarvan de eerste twee zich kruisen. Om het plaatje compleet te maken huppelt er ook nog een Vicuña (beschermd diersoort van de lama-familie) door heen.

De meest interesante tocht van de afgelopen twee weken is onze laatste busrit in Bolivia, van Uyuni naar Villazon (de grens). Wij zijn nog maar enkele honderden meters opweg als er in volle vaart een witte persone auto aankomt gereden. Met een schrapend, rammelend en klingelend geluid komen wij plotseling tot stilstand. De auto heeft de rechterzijflank van de bus geraakt. Er zijn geen gewonden, slechts matriele schade aan de personen auto. De bus mankeert niets, na kort overleg tussen beide chauffeurs vervolgen wij onze weg.

Om één uur ´s nachts komen wij weer tot stilstand. `Dames en heren passagiers, uitstappen alstublieft.´ zegt de chauffeur. Slaperig komt iedereen overeind. Buiten is het nat en heel erg modderig. Wij bevinden ons midden in het verlaten berggebied. Er zijn mensen in de weer de omringende bosjes van hun takken te ontdoen en deze over de weg uit te strooien. Als er een dikke laag takken ligt, lopen wij allen vooruit. In het donker en de miezerregen kijken wij toe hoe de bus zijn grip hervindt op de weg van takken.

Het ritueel van uitstappen en delen van de route te voet afleggen herhaald zich die nacht een aantal keren. Daarbij verbaas ik mij over mijn eigen overgave en die van de groep medepassagiers, die voor het eerst sinds lange tijd weer voor het over grote deel uit westerlingen bestaat. Waarschijnlijk is het berustende karakter van de bolivianen een beetje op ons over komen waaien.

Wat bij mij zeker het geval is, is dat ik een enorm vertrouwen heb gekregen in het oplossen van problemen, dankzij de infentiviteit en zelfredzaamheid van de boliviaan. Doet er zich bij u  een probleem voor dan luid van af heden mijn advies: Blijf rustig, denk simpel en vooral dichtbij. Want meestal zijn de dingen om problemen op te lossen gewoon voor handen, soms wel in zeer letterlijke zin. Het vergt slechts een creatieve manier van kijken naar de dingen die je voor handen hebt.

Namens mij en de bolivianen, veel sucses gewenst!

7 reacties | Reageer

Langzaam afscheid nemen

Al schokkend en hobbelend rijd ik met een slaapbus over de zandweg die Samaipata met Sucre verbindt. De lichten in de bus zijn gedoofd, de rugleuing van mijn stoel staat op zijn verste stand naar achteren en mijn benen rusten op een plank die mijn stoel tot bed transformeert.

In mijn armen hem ik een knuffelhondje geklemd, die ik als afscheidskadootje kreeg van Fatty, Vero en Pancho (de roepnaam van Francisco). Terwijl ik naar de in zilver maanlicht gehulde cactussen staar die wij passeren op de woestijnachtige weg denk ik terug aan de afgelopen dagen, waarin ik langzaam afscheid nam.

Gisteravond uitgebreid gegeten met Pieter en Marga in Latin Café. Wij hebben vreselijk gelachen en kleine kadootjes uitgewisseld. Aan mijn rechter ringvinger prijkt nu een prachtige ring met een allerlei aan steentjes.

Vanmorgen werd ik wakker op vijf uur in de morgen. Buiten klonk een oorverdovend fluitconcert van alle vogels op het terrein. Om half zes besluit ik op te staan. Vluchtig was ik mij en kleed mij aan. Gewapend met een opschrijf boekje begeef ik mij nog een keer naar de troon. De grote stene stoel die boven op de berg staat. Vandaar zie ik de nevelen langzaam optrekken en komen de omliggende bergen en huizen te voorschijn. Links kijk ik uit over het dorp.

Terug in mijn kamer haal ik de lakens van mijn bed en orden wat van mijn spullen.  Mijn weinig gebruikte dagrugzak geef ik aan Eveline, de nieuwe vrijwilligster uit Nederland. Een jaar zal zij vertoeven op dit paradijselijke terrein.

Ik begin mijn laatste werkdag met lavendel plukken. Als bij toeval is mijn kleding volledig afgestemd op deze bezigheid,  een lavendelkleurige broek met idem t-shirt.  Even later pluk ik oranje kleurige calendula bloemen, beide bloemen leg ik samen op een droogrek. De kleuren combinatie is een lust voor het oog.

In de pauze bladeren de meiden door de door mij afgedankte nederlandse tijdschriften, kijkend naar plaatjes van mode en kinderen.  Bij het recept van de pannekoeken vragen zij mij om vertalling. Om het te vergelijken met hoe zij ze maken in het café.

Na de pauze vouw ik mijn was en pak mijn tas in. Met de lunch proberen wij de bijgerechtjes uit die ik gemaakt heb voor een gerecht dat op de kaart staat. De gevulde pannekoek met chinese groenten wordt nu begeleid door atjar tjampoer (repollo)  en seroendeng ( manicoco) en maken het gerecht compleet.

Na de lunch wordt ik door Vero, Fatty en Pancho naar de kruidenwerkplaats geroepen. Zij spreken hun waardering uit en schenken mij een pluizige knuffelhond, opdat  ik hun NOOIT zal vergeten. Ik ben ontroerd. Voor ieder van hun heb ik een persoonlijk kaartje geschreven met een vriendschapsbandje. Bij het lezen van de kaartjes heerst er een ontroerende stilte. De bandjes worden meteen omgeknoopt en van beide kanten wemelt  het bedankjes.

Als ik de bedden op mijn kamer ga verschonen komt Eveline mij helpen. In de afgelopen week hebben wij veel lol beleefd. Ik heb haar wegwijs gemaakt op de Finca en in het dorp, wij hebben paard gereden en samen met Malou en nog een paar andere de watervallen bezocht. Met een gerust hart laat ik mijn taken achter in de handen van Eveline.

Terwijl ik Christiaan help bij het pellen van peterseliezaad kletsen wij over elkaars toekomst perspectief en culturele verschillen. Als ik even daarna ga helpen in de keuken met de afwas wordt Vero gebeld door haar ladderzatte man. Hij beweert zelfmoord te gaan plegen. Huilend vertrekt Vero naar huis. Zuchtend zegt Fatty; ‘Dat gaat hij niet doen, het is slechts een dreigement om zijn vrouw thuis te krijgen.'

Voor de allerlaatse keer ruim ik de kruidenwerkplaats op een van mijn favoriete bezigheden om de dag af te sluiten. Pancho komt binnen om afscheid te nemen. Wij zeggen elkaar gedag en hopen elkaar nog eens te treffen op onze zwerftocht door het leven.

Eveline voelt aan dat het afscheid nemen van alles en iedereen mij zwaar valt en komt mij verblijden met een stevige knuffel.  In het café proberen wij nog een keer te achter halen waar het kasoverschot vandaan komt. Dan kus ik ook Fatty gedag.

Als ik met Eveline begin een omelet te bakken staat Fatty ineens weer in de keuken, terug gestuurd door Pieter. Op de oprit verschijnd de ene na de andere taxi. De hele taxiwereld van Samaipata verzameld zich op La Vispera. Tot enkele minuten voor mijn vertrek deel ik nog chocoladetaart uit aan de chauffers die bij Pieter op cursus komen; Hoe om te gaan met de (westerse) toerist. Als de cursus is afgelopen knuffel ik Marga en Pieter gedag, daarbij toch enkele traantjes latend. Pieter pakt mij bij de arm en samen lopen wij naar beneden, binnen enkele seconden heeft hij mij weer aan het lachen.

Samen met Malou stap ik in bij een van de chauffeurs in de auto. Gevolgd door een lange stoet taxi's verlaten wij het terrein. ‘Dag La Vispera, Dag lieve mensen, Dag lieve dieren, Dag lieve planten, dag mooie wezens!'

Terwijl wij langs de grote weg wachten op onze bus naar Sucre speel ik met Violetta, dochtertje van de plaatselijke restauranthouder. Samen dansen wij op het deuntje van mijn knuffelhond die uit zijn lijfje schalt als je zachtjes op zijn buikje drukt.

Slechts drie kwartier te laat komt er een volgeladen bus uit Santa Cruz aangereden. Met onze handen wapperen wij hem tot stilstand. Onze rugzakken worden in het bagageruimte gepropt. Een van de chauffeurs ligt ernaast te slapen op een matrasje. De klep gaat weer dicht en wij stappen in.

Heel zachtje huilend met de knuffelbeer in mijn armen geklemd rijden wij Samaipata uit. Heel langzaam laat ik los. Als ik na vele uren hobbelen mijn ogen weer open, lacht mij een stralend gekleurde lucht in de tinten roze, turqouse, paars en indido mij tegen moet.

Om acht uur 's ochtends rijden wij Sucre binnen.  Ik ben weer herrenigd met mijn reiskamaraadje, onze vriendschap is gegroeid en met een nog stevigere en mooiere band als even daarvoor beginnen wij aan de laatste etappe van onze reis, nog twee maanden....................

7 reacties | Reageer

In de leegte van alle dag is ruimte voor leven

Wij moesten het gisteren stellen zonder zon. Maar God wat zijn wij gezegend dat er regen valt. De planten smullen ervan en ik liet mij verzwelgen in de admosfeer van de kruidenwerkplaats. Ik storte mij op het drogen van een grote bak cherrytomaten boven een openstaande gasoven.

De vele uren tomaten snijden brachten mij in de verwondering van een diep stille meditatie. Plots ontsproot daar een gedichtje aan;

In de leegte van alledag

Jij hebt mij gezegd

Ik jou voelen jij

Leef voel gaan staan

Breng mij samengaan

In de leegte van alledag

Daarom hou ik jou

Jij hart mij vast

Leef lief haar tast

Breng het samengaan

In de leegte van alle dag

Jij geeft ruimte mij

Laat staan, ga vooraan

Breng mee dit lief

Houd vast eeuwig mag

In de leegte van alle dag.

De regen maakt ons allemaal zacht en gezellig. Het buitenwerk moet even rusten dus neem ik vandaag plaats onder de overkapping van de werkplaats. Met een grote geel plastic gevlochten zak naast mij begin ik een voor een de fenegriekzaadjes uit zijn lange peul te schuiven. Zachtjes kletteren de miniscule bruine nootjes in de witte piepschuime bak die voor mij staat.

Naast mij zit Mario met grote zwarte peulen in zijn hand, met een mes schuift hij voorzichtig de zwarte zaadjes uit hun hulsje. Om ze later weer te planten voor nieuwe bloemen.

In alle stilte is Francisco de werkplaats aan het ontdoen van alle rotzooi hierbij telkens afwegend; `is het voorwerp dat ik in handen heb bruikbaar of niet.´ Zou het aan Mario liggen dan zou er slechts een handje vol spullen naar de vuilnistbelt vertrekken. In alles ziet hij een bruikbaar voorwerp, een typisch boliviaanse trek.

Het gastenzeepje dat nog over is van de vertrokke gast word bij de schoonmaak in een emmer water gegooid en met dit sopje wordt de kamer gereinigd voor de volgende bezoeker. Van de bedorven melk wordt verse kruidenkaas gemaakt, een kapotte tuinslang einigd op een theepot als zijnde theetuit. Zo worden de dingen tot in den eeuwigheid gebruikt. Een zeer ecologische handelswijze al bevindt de oorsprong van deze gewoonte zich op economisch vlak. Hier in Bolivia is het leven en soms zelfs overleven, de mensen zijn daarin dan ook zeer wel getraind.

In de pauze drinken wij een drankje dat mij doet denken aan behangselplak. Aarzelend schenk ik het glazige goedje in mij kopje en vraag verwondert wat het is.   Het blijkt een  drankje te zijn van in water opgeloste melkpoeder, gebonden met een flinke hoeveelheid maizena, een nog grote hoeveelheid suiker en op smaakt gebracht met kaneel en kruidnagel. Voor hun een bom aan voedingswaarde, voor mij een bom aan suiker.

Wij praten wat over de koekjes die zij daarbij eten. Deze zijn aanbevolen door de huisarts, volgens deze beste meneer zou het gezonder zijn dan brood.  Met grote rode letters staat er dietico (dieet) opgeschreven. Bij het lezen van de ingredienten weet ik echter dat dit alles behalve gezond is, zij zitten vol met transvetten. Ik vertel hun een beetje over de verschillende vetten en dat een boterham met roomboter gezonder is dan een koekje van gehard plantaardig vet. Al moet ik daar later weer mij vraagtekens bij zetten. Het blijkt dat hun brood gemaakt wordt op een basis van reuzel (varkensvet).

Qua voeding is hun levenswijze verre gaande van ecologisch al is de ecologische wijze wel weer terug te vinden in de vleeshandel. De vleesindustrie zoals wij die kennen is hier nog niet ontwikkeld. (houden zo!) Het gaat nog op de ouderwetse manier, een boertje met wat vee dat alle ruimte heeft. Op weg naar het dorp kom ik regelmatig wat koeien of varkens tegen, die in alle vrijheid rustig rondlopen voor een stukje vers groen gras.

Pieter komt binnen gelopen. Elke dag heeft hij een wiskundige opgaven voor ons paraat. Om naast het (over)leven, de hersenen wakker te schudden van zijn iet wat ingeslapen personeel.

Als wij weer buiten komen is de regen gestopt met tikken. De voorzicht doorbrekende zon verhoogt de temperatuur onmiddelijk. De vogels gaan weer harder fluiten,

de jassen gaan uit, de zaden worden opzij gezet, het afval in de werkplaats wordt weggebracht (een paar dozen vol). In de tuin gaan wij aan de slag.  Heerlijk ontspannen door de voorbij gaande regen, alert door de wiskundige cijferbrij en vol energie dankzij de behangselplak.

5 reacties | Reageer

Het Vervolg

De werkzaamheden zetten zich voort. Rond een uur of één zet zij zich rond een tafel in het café. Samen met Pieter en Marga geniet zij van een heerlijke lunch, met liefde bereid door een van de dames. Onderwijl kletsen zij over de dingen des levens.

26 jaar geleden kwamen Pieter en Marge,naar eigenzegge oude hippies,  hier in Bolivia aan. Langzaam raakte zij vervuld van passie over het land en zijn mensen. Op een dag reden zij door een toen nog dor stuk land en troffen daar deze Finca aan. Er was geen electriciteit, stromend water of gas, maar opslag waren zij verliefd en kochten zonder twijfel deze Finca. Bij de koop was een oud boertje inclusief, hij woonde er nog 7 jaar, tot aan zijn dood.  Die overdreven gringo's, daar moest de oude boer veel om lachen. Soms zorgde het voor moeilijkheden maar bovenal leerde hij hun leven op het Boliviaanse platteland.

Pieter, een lange man met grijze haren waar vaak een hoed op rust. Joviaal, energiek en recht voor zijn raap. Hij weet de mensen om zich heen op hun gemak te stellen of juist tegen hem in het harnas te jagen. Naast zijn grote liefde Marga heeft hij Bach en zijn piano. De eerste jaren van hun verblijf verdiende zij geld met het stemmen en repareren van piano's van rijke lui en overheidsfunctionarisen.

Marga, een wat bedachtzamer persoon maar daarin zeker niet minder enthousiast. Regelmatig rolt er een schaterlach vanuit haar mond de bergen af. Zij is secuur en heeft daarmee een fijn oog voor detail. Zij zit vol passie en schrijft de prachtigste verhalen met meeslepende poëtische zinnen.

Van het dorre stuk land hebben zijn stap voor stap een paradijs gecreeerd met de prachtigste bomen, dieren, groenten, kruiden en mensen. De tijd is aangebroken dat zij dit los gaan laten. Jaren lang hebben zij gespeeld, ontwikkeld, gebouwt en de dingen organisch laten groeien. Nu geven zij het stokje door en trekken zij zich terug, hoog op de berg om te meimeren en hun memoires op te maken, althans zeer binnekort...

Voldaan staat Jorinde op. Zij trekt zich even terug op haar patio, daar schud zij de werkzaamheden van zich af. Na een uurtje of anderhalf gaat zij met frisse moed weer aan de slag.

De laatste dingen worden afgemaakt, de werkplekken worden schoongemaakt en de kas wordt opgemaakt. Nauwlettend kijkt Jorinde toe hoe de dames het bonnen boekje doornemen en de uitgavens noteren in een schoolschriftje. Samen tellen zij het geld.

De dames gaan naar huis, de heren zijn een uurtje eerder al vertrokken. Jorinde smeert een boterham en schilt wat fruit. Op haar kamer noteert zij in een schrift, de dingen die zij die dag heeft geleerd.

Om negen uur trekt de slaap haar naar haar kledingkast, zij trekt haar pyama aan en stapt in bed. Even leest zij in een krant, een boek of tijdschrift en valt weldra in een diepe slaap.

2 reacties | Reageer

Leven in ritme

Na verwoede pogingen het Boliviaanse personeel haar volledige naam te laten uitspreken, gaat de blonde jonge dame tegenwoordig als Jori of Georgina door het leven.

Gedurende haar reis, zoekt zij telkens naar een ritme in haar dagelijkse leven. Eens in de zoveel weken gaat zij op zoek naar een nieuw ritme. Na ruim drie weken op Finca La Vispera, heeft zij weer haar ritme gevonden waar zij zich dagelijks in beweegt.

's Ochtends om 6.45h schalt er een koekoeksfluitje uit haar Boliviaanse telefoon. Vanuit haar bed schuift zij de gordijntjes open en geniet van het binnen vallende licht. Haar bed die op een vliering staat verlaat zij na enkele minuten, met het hoofd licht gebogen daalt zij af naar de douche.

Aangekleed begeeft zij zich weer naar haar vlieringkje.  Zij neemt een kwartiertje de tijd om zich te bezinnen in de vorm van meditatie en tarot. Vol frisse moed begint zij zo haar dag. Zij loopt over de nog verlaten Finca en bereid haar ontbijtje in de keuken van het cafe.

Om 8h verschijnt het personeel. Gezamelijk worden er verschillende werkzaamheden uitgevoerd; 400 mango's pellen, 500 cherry tomaten snijden (om te drogen in de zon), 250 potten mangochutney's voorzien van ettiketten, uren afwassen, vele tijden schoonmaken, elke woensdag plukken, zo nu en dan planten, elke dag watergeven en meer van deze dergelijke bezigheden.

Omstreeks half elf klinkt luid de bel. Het personeel verzamelt zich in de kruidenwerkplaats rondom een grote houte tafel. Hier wordt genoten van een verfrissing (chocolademelk of zelfgemaakte limonade) die zo zoet is dat je soms het glazuur kan horen barsten.

Ook vandaag weer neemt Jorinde plaats aan deze houte tafel. Zij kijkt eens goed om zich heen.

Naast haar zit Fatty (voluit Fatima), 32 jaar én grootmoeder. Zij beheerst de kunst van zich foeilelijk kleden. De legging is haar favoriete kledingstuk, het liefst met glans of glitters en net iets te strak.

Dit brengt mij op een kleine toelichting over het modebewustzijn van de gemiddelde Boliviaanse vrouw. Grof geschat gaat zo'n 40% van de vrouwelijke bevolking zo gekleed als Fatty. De overige 60% is verdeel in jongeren (die dragen een iets beschaafdere vorm van ordinaire kleding) , ouderen (traditoneel gekleed in de prachtigste kleuren) en burgelijke (niet ordinair maar toch weinig flateus.)

Fatty gaat zuchtend en steunend door het leven. Zij heeft een warm hart, zorgt voor gezelligheid en bestierd het keukencafe als de beste.

Op tafel ligt een telefoon waar muziek uitschalt. Het is de telefoon van Vero (voluit Veronica), 20 jaar en moeder van 3 kinderen. De muziek wijkt de gehele dag geen moment van haar zijde. Zij is helder, adrem, heeft oog voor kunst en produceert hiermee de mooiste bloemencreaties voor op tafel. Op de Finca leid zij de schoonmaak.

Stilletjes tegenover mij zit Adriana, de kleinste van het stel. Vergis je overigens niet in deze zachtaardige meid; nauwkeurig en efficient doet zij haar werk waarbij zij haar stiltes soms inruilt voor spraakwatervallen.

Silvia schuift ook aan. Zij bestierd de kruidenwerkplaats,  ziet er elke woensdag op toe dat de geplukte kruiden piekfijn de Finca verlaten. Gestaag werkt zij door aan de productie van vele potten mangochutney, mousses, jam, theeen, kruidenmengsels etc. Deze stevige tante weet van wanten en bezit als enigste de kunst van deligeren.

Mario komt op zijn slippers binnen gelopen en schenkt zich een kopje limonade in. Op de Finca heeft hij de verantwoordlijkheid over de tuin en het onderhoud. Dit werkpaard (de middagpauze is hem vreemd) zit boordevol cratieve ideen en bezit een uitgebreide kennis op gebied van planten. Na vele jaren is hij getransformeerd tot een toegewijde vader en echtgenoot (een zeldzaamheid in Boliva (hierover later meer).

Bij zijn werk wordt hij geassisteerd door drie jonge jongens in de leeftijd van 15 jaar.

Iver, draagt bijna dagelijks een andere hoed. Daar onder stopt hij dan een lapje stof om zijn nek te beschermen tegen de felle zon. Hij kijkt met grote ogen omzich heen, zo nu en dan zegt hij een woord. Het meeste wat ik van hem mag vernemen is zijn gefluit.  In de lunchpauze gaat hij rijden met een van de paarden, zijn grote passie.

Cristiaan, zoon van Fatty, kijkt vrolijk uit de ogen. Hij heeft een guitige kop, waar een stroohoedje oprust.  Hij is nieuwsgierig en een tikkeltje lui. Om het half uur komt hij de werkplaats ingelopen om een kopje water te drinken waarna hij weer sloffend zijn werk hervat.

Het kleine filosoofje Elio is een wijs ventje met een bijzondere oogopslag. Op zijn eigen manier doet hij zijn werk, een beetje van het grote geheel afgezonderd. Als ik 's woensdags samen met hem plukken ga vraagt hij mij honderd uit. Hoe begraven zij de doden in jou land? Zijn de vrouwen daar matrealisten? Is jou land politiek makkelijk te besturen?

Fransico staat op om zijn kopje af te wassen. Deze uit Argentinie komen aanwaaien jonge man versterkt het tuinteam gedurende twee maanden. Vlijtig werkt hij zich een slag in de ronte, gretig om zoveel mogelijk te leren. Enigzins gesloten en klunzig beweegt hij zich voort, daarbij altijd beleeft en geinstreseerd in het welzijn van zijn medemens.

Tevrede glimlacht Jorinde.  Zij aanschouwd de schoonheid van deze unieke wezens, die rondom de houten tafel een geheel vormen waaraan Jorinde haar ritme ontleent.  

Als iedereen opstaat om weer aan de slag te gaan, wordt er een bladzijde omgeslagen, waarbij een nieuwe maat voor Jorinde is begonnen..........

WORDT VERVOLGD

Lieve mensen,

Een zalig kerstfeest toegewenst. Dat de sterren mogen schijnen over u, dat de liefde mag stralen, dat u hem deelt voor warmte in donkere tijden.

Liefs

13 reacties | Reageer

Er zomaar ingerold

Er was eens een jonge vrouw. Samen met haar reisgenootje trok zij naar een ecologisch paradijs in Samaipata. Zij huurde daar een tent, rolde de geleende matjes uit en spreide daar hun slaapzak op. Zij kwamen hier tot rust, Jorinde genas er van een keelontsteking.

Met hernieuwde zin hervatte zij haar reis, op geheel unieke wijze.

Op een ochtend aan het ontbijt vroeg  Marga, de eigenaresse van het paradijs, of zij een handje wilde helpen met de kruidenoogst. Vol goede zin voegde Malou en Jorinde zich bij de boliviaanse medewerkers. Samen met hun plukten zij de geurigste kruiden. In rietenmanden voerde zij de oogst af naar het Herbolario (de kruidenwerkplaats.)

Silvia, de cheffin van het Herbolario, verpakte alles zorgvuldig in plastic doosjes. Om aan het einde van de dag  alles in een witte koeldoos te laden en boven op het dak van een taxi te binden. De goederen werden afgevoerd naar Hipermaxi (tevergelijken met AH) in Santa Cruz de la Sierra, een weekelijkse afnemer.

Tijdens het avondeten, wederom in het fantastische tuincafe, spraken de twee meiden met Marga over de heerlijke dag. Plots rolt er uit Jorinde's mond de vraag; ' Zoeken jullie nog een vrijwilliger?' Vol enthousiasme werdt er gereageerd.

Zo kwam het dat Jorinde reisde van zijnde gast naar zijnde medewerker. Vol vlijt help zij nu mee in het tuincafe, het herbolario, de tuin en het kantoor.

Gauw wordt zij opgeleid. Volgende week houd zij een oogje in het zijl als beide eigenaren, Pieter en Marga een paar dagen naar de hoofdstad gaan.

Jorinde lacht zich rot terwijl zij bij zichzelf; 'Waar ben ik nu weer ingerold?!'.

Zij leeft nog steeds gelukkig.

8 reacties | Reageer

Volgende pagina »

Laatste reacties

Meer reacties

Blijf op de hoogte!

Laat je e-mail achter en ik stuur je een mailtje als ik een nieuw verhaal of nieuwe foto's op de site heb gezet.

E-mail adres: